Ga naar hoofdinhoud

Bestaanszekerheid

de basis voor gelijke kansen

Lees verder
Waar staan we nu
Hoe gaan we verder

Wat willen we bereiken?


Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid, maar voor steeds meer inwoners staat die zekerheid onder druk. Een toenemend aantal mensen komt niet meer rond, vindt geen geschikte woning of ervaart gezondheidsklachten. De plek waar je wieg staat, is nog steeds bepalend voor de kansen in hat latere leven en het risico op bestaansonzekerheid. Dat gaat verder dan gebrek aan geld. De persoonlijke gevolgen van bestaansonzekerheid zijn groot: aanhoudende stress over te weinig geld, minder jaren in goede gezondheid, de gevoelens van schaamte door het taboe op armoede en het gevoel geen perspectief (meer) te hebben op een betere toekomst.

In onze strategie staat het realiseren van doorbraken voorop. Die zijn nodig, want in de huidige samenleving zijn er verschillende ontwikkelingen die ervoor zorgen dat armoede blijft voortbestaan. Vaak komt dat door een vicieuze cirkel zoals generatiearmoede of een opeenstapeling van schulden. Algemeen bekend is dat de ernst van armoede blijft toenemen: inwoners die onder de armoedegrens leven hebben een steeds groter tekort aan geld en lopen ook op andere terreinen een grotere achterstand op. Om een blijvend positief verschil te maken voor onze inwoners is het belangrijk om de oorzaken bij de wortel aan te pakken. Dat vraagt om samenhangende aanpakken in plaats van afzonderlijke aanpakken en loketten gericht op elk deelprobleem van armoede. Meerdere onderzoeken laten zien dat hiervoor doorbraken nodig zijn in het werken met ervaringsdeskundigheid, het vroegtijdig signaleren en het preventief werken aan laagdrempelige toegang tot hulp (zoals minimaregelingen), het bieden van maatwerk en het samenbrengen van verschillende expertises en werelden zoals onderwijs en welzijn. Dit loopt als een rode draad door de inspanningen heen die gekoppeld zijn aan onze doelstellingen. Daarbij leggen we ook de verbinding met andere agenda’s zoals de Sociale Agenda van Nij Begun.

Doelstellingen

Vanuit de Sociale Agenda 2024-2029 zetten wij ons in om hier een verandering in te realiseren, met de volgende doelstellingen:

  1. Verminderen van armoede 
  2. Verbeteren van kansengelijkheid in het onderwijs en het stimuleren van talentontwikkeling bij jongeren 
  3. Verminderen van laaggeletterdheid en het versterken van basisvaardigheden

Om deze doelen te bereiken, staat in onze strategie het realiseren van doorbraken voorop. Die zijn nodig, want in de huidige samenleving zijn er verschillende ontwikkelingen die ervoor zorgen dat armoede blijft voortbestaan. Vaak komt dat door een vicieuze cirkel zoals generatiearmoede of een opeenstapeling van schulden. Algemeen bekend is dat de ernst van armoede blijft toenemen: inwoners die onder de armoedegrens leven hebben een steeds groter tekort aan geld en lopen ook op andere terreinen een grotere achterstand op. Om een blijvend positief verschil te maken voor onze inwoners is het belangrijk om de oorzaken bij de wortel aan te pakken. Dat vraagt om samenhangende aanpakken in plaats van afzonderlijke aanpakken en loketten gericht op elk deelprobleem van armoede. Meerdere onderzoeken laten zien dat hiervoor doorbraken nodig zijn in het werken met ervaringsdeskundigheid, het vroegtijdig signaleren en het preventief werken aan laagdrempelige toegang tot hulp (zoals minimaregelingen), het bieden van maatwerk en het samenbrengen van verschillende expertises en werelden zoals onderwijs en welzijn. Dit loopt als een rode draad door de inspanningen heen die gekoppeld zijn aan de doelstellingen. Daarbij leggen we ook de verbinding met andere agenda’s zoals de Sociale Agenda van Nij Begun.

Waar staan we nu?


Verminderen van armoede

De financiële situatie van mensen in Drenthe toont een gemengd beeld. Bijna 14% van de inwoners ervaart moeite met rondkomen volgens recentste cijfers (zie grafiek % moeite met rondkomen). Het aandeel huishoudens met problematische schulden neemt in afgelopen jaren toe: bijna één op de tien huishoudens heeft hiermee te maken (zie grafiek % huishoudens met problematische schulden). Iets meer dan 11 duizend Drenten leven onder de armoedegrens, waarvan bijna 3 duizend dit vier jaar of langer doet (zie grafiek aandeel laag inkomen 4 jaar en langer). Dit is volgens de aangepaste armoededefinitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek waardoor armoedestatistieken lager uitvallen dan voorheen. Tegelijkertijd stijgt het mediaan inkomen in Drenthe naar €36.200,– (zie grafiek mediaan besteedbaar inkomen van huishoudens). Deze stijging wordt toegeschreven aan de loonstijgingen in afgelopen jaren.

Deze cijfers maken duidelijk dat bestaanszekerheid lastig is te vangen is één getal. De groep inwoners die moeite ervaart met rondkomen of daadwerkelijk onder de armoedegrens leeft, heeft het steeds moeilijker. Onderzoek laat zien dat de bestaansonzekerheid toeneemt: het inkomenstekort loopt in afgelopen jaren op waardoor mensen op een grotere achterstand raken. Dit valt deels te verklaren door de stijgende kosten van levensonderhoud zoals de boodschappen en vaste lasten als energie, zorgverzekering en de huur of hypotheek. Dit maakt dat bestaanszekerheid ook voor andere groepen onder druk staat, ook ligt het inkomen op papier boven de armoedegrens. Voorbeelden hiervan zijn zzp’ers en middeninkomens met onzeker werk. In 2024 adviseert de Commissie Sociaal Minimum de landelijke overheid om dit op te vangen door het sociaal minimum op te hogen. Dat is het bedrag dat minimaal nodig is om rond te komen en wordt gebruikt om de hoogte van uitkeringen zoals de AOW-, en bijstandsuitkering en toeslagen te bepalen.

Verder zijn de verschillen tussen gemeenten relatief uitgesproken. Emmen valt op doordat de gemeente op meerdere indicatoren een ongunstige positie inneemt ten opzichte van andere Drentse gemeenten. Dit betreft onder meer langdurig laag inkomen, problematische schulden en moeite met rondkomen. Daartegenover staat Tynaarlo, dat op verschillende indicatoren juist relatief positief scoort, zoals mediaan besteedbaar inkomen en lagere percentages huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Ook andere gemeenten laten een wisselend beeld zien, afhankelijk van de specifieke indicator. De patronen hangen sterk samen met de sociaal-economische structuur van gemeenten. Factoren als opleidingsniveau, arbeidsmarktpositie en inkomensverdeling spelen hierin een belangrijke rol. Ditzelfde patroon is te vinden in andere delen van Nederland. Het is daarbij van belang te benadrukken dat een relatief ongunstige positie betekent dat een gemeente relatief slechter scoort op een probleemindicator binnen Drenthe. Dit betekent niet automatisch dat de situatie in absolute zin problematisch is, maar wel dat er binnen de provincie sprake is van duidelijke verschillen.

De Sociale Agenda ondersteunt Drentse programma’s die stevig inzetten op het aanpakken van de oorzaken van armoede zoals de Alliantie van Kracht (lees verder voor meer informatie) en de Kansen voor Kinderen-aanpak. Daarin wordt gewerkt aan het voorkomen van achterstanden onder kinderen die opgroeien in armoede voor een sterkere start met meer bestaanszekerheid in de toekomst. Op verzoek van de gemeenten Assen en Midden-Drenthe ondersteunen wij bij de uitrol van de Kansen voor Kinderen-aanpak zodat meer gezinnen in Drenthe hier toegang tot hebben. (lees verder in het interview). Naast deze programma’s zijn in Drenthe op lokaal niveau veel waardevolle en kansrijke projecten en aanpakken die een positief verschil maken voor inwoners in armoede. Op verzoek van de Drentse gemeenten ondersteunen wij de regionale coördinator bestaanszekerheid. Die coördinator zorgt het breder en sneller uitrollen van vernieuwende aanpakken op het gebied van armoedebestrijding. Hierdoor kunnen meer inwoners op meer plekken hier gebruik van maken. Lees verder over de coördinator bestaanszekerheid.

Om inwoners in armoede te helpen ontstaan allerlei maatschappelijke initiatieven zoals de Sociale Voedseltuinen die in 2024 zijn ondersteund om op te schalen en uit breiden. Dit jaar is gedeputeerde Turenhout bij één de tuinen op werkbezoek geweest én is in Veenhuizen een nieuwe Sociale Voedseltuin geopend. Lees meer over de sociale voedseltuinen in het interview. Met uitvoering van de PS-motie ‘Voedselbanken in Drenthe’ ondersteunt de provincie de vier Drentse voedselbankstichtingen met subsidie voor lokale publiekscampagnes. Deze campagnes moeten het taboe op armoede doorbreken en de stap naar de voedselbank en hulpinstanties makkelijker maken, zodat meer inwoners geholpen zijn. In Drenthe maken ongeveer 3 duizend inwoners gebruik van de voedselbank.

Kansen voor kinderen

Klik hier voor het interview

Interview

Stichting Voedseltuin
De Pluimerije verbindt

Klik hier voor het interview

Interview

Hulp op en om Scholen

Klik hier voor het interview

Interview

Kansengelijkheid

Om gelijke kansen te bieden en talent te ontwikkelen, is het belangrijk dat alle 130.000 Drentse jongeren (0 t/m 27 jaar) zich kunnen ontplooien, zowel op school als daarbuiten. We bouwen aan een stevige basis voor kansengelijkheid, ongeacht afkomst. Het opleidingsniveau in Drenthe stijgt. Vergeleken met elders kent Drenthe een relatief hoog aandeel middelbaar opgeleiden. Dat past bij de regionale economie met veel banen in de zorg, landbouw en maakindustrie. Voor gelijke kansen is het hebben van een startkwalificatie belangrijk: dat betekent (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). Het hebben van een startkwalificatie vergroot de kansen op het vinden van werk en om in algemene zin goed mee te komen in de samenleving.

Niet voor iedereen is dit vanzelfsprekend, want in Drenthe heeft iets meer dan een kwart (26%) geen startkwalificatie (zie grafiek % met startkwalificatie). In afgelopen jaren neemt dit aantal af dankzij maatregelen om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en het inzetten op volwassenenonderwijs. Toch is het belangrijk om hier stevig op in te blijven zetten. Elk jaar verlaten namelijk rond duizend Drentse leerlingen het onderwijs zonder een startkwalificatie door uiteenlopende persoonlijke omstandigheden in de thuissituatie of een leerachterstand. Zij lopen een groter risico op een (grotere) achterstand, wat uiteindelijk negatief kan uitpakken voor hun kansen in de toekomst. Om dit te voorkomen ondersteunen wij programma’s die hierop ingespeeld zijn. Zoals met de voortzetting van de programma’s Plusklas en Schakeltraject Oriëntatie en Schakelen (lees meer) in 2025 die onderdeel uitmaken van de Voortijdig Schoolverlaten-aanpak van Noord- en Midden-Drenthe. Een ander voorbeeld is het programma ‘Drents Netwerk van het Jonge Kind’ (lees verder) om spelenderwijs te werken aan talentontwikkeling, vaardigheden en persoonlijke ontwikkelingen. Dat is in bijzonder belangrijk voor kinderen die lastiger meekomen in het regulier onderwijs door bijvoorbeeld dyslexie, autisme of een minder kansrijke thuissituatie.

Versterken van gelijke kansen vraagt om een samenhangende aanpak in de driehoek thuis-school-buurt. Overkoepelend doen we dit vanuit de Sociale Agenda door samen met gemeenten en het onderwijs te werken aan de Gelijke Kansen Agenda 2.0. In 2025 is geïnventariseerd wat de gezamenlijke behoeften en vervolgstappen zijn om die agenda door te ontwikkelen. Daarbij is gewerkt aan de komst van een coördinator die gaat helpen bij de uitvoering van de Gelijke Kansen Agenda 2.0. Begin 2026 gaat de coördinator van start.

In de tussentijd zetten wij actief in op de initiatieven die vandaag de dag al een positief verschil maken in gelijke kansen. In 2025 bouwt SportDrenthe aan het provinciaal programma Jong-Leren om elk kind een goede start te geven in de motorische ontwikkeling. In het programma Hulp en op om Scholen in gemeente Midden-Drenthe zijn de activiteiten gestart en zijn de procesbegeleider en gezingsbeleider geworven en actief (zie interview) en zie link voor meer informatie. Dankzij subsidie wordt als onderdeel van het programma Jong Hoogeveen op elke school in gemeente Hoogeveen een Plan pen school opgesteld (lees meer). Elke school stelt samen met ouders, kinderen, leerkrachten en wijkpartners een eigen plan op. Dat kan gaan over het openen van een ‘Huiskamer’ in de school waar ouders laagdrempelig terecht kunnen met vragen of zorgen. Of over extra aandacht voor taalvaardigheid bij jonge kinderen, omdat ouders zich zorgen maken over de woordenschat van hun kind. Soms gaat het om het organiseren van beweegmomenten na schooltijd of het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden, zoals omgaan met teleurstellingen.

Basisvaardigheden

In onze samenleving is taalvaardigheid een sleutel tot kansen. Het vermogen om te lezen, schrijven, rekenen en omgaan met digitale technologieën is belangrijk om goed mee te komen op school, op de werkvloer en in het alledaags sociaal contact. Toch zijn er in Nederland naar schatting 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met deze basisvaardigheden. Naar schatting heeft 21% van de volwassenen in Drenthe moeite met deze basisvaardigheden. Dit beperkt niet alleen de persoonlijke ontwikkeling van individuen, maar heeft alledaagse gevolgen zoals minder kans op een baan met voldoende inkomen, groter risico op onveilige situaties op de werkvloer, het mijden van zorg en niet goed meekomen met sociale activiteiten.

Met een jaarlijkse subsidie ondersteunen we het netwerk Bondgenootschap voor een geletterd Drenthe dat zit middels kennisdeling en inspirerende bijeenkomsten (zie link) inzet om de basisvaardigheden in Drenthe te versterken. Om hier écht het verschil in te maken is er meer nodig. Het leeraanbod voor basisvaardigheden is divers en versnipperd. Hier willen zowel het Bondgenootschap voor een geletterd Drenthe als de coalitie Veerkrachtig Samenleven verandering in brengen. Daarom slaan zij de handen ineen om het programma ‘Versterken basisvaardigheden in Drenthe’ te ontwikkelen en uit te voeren. Hierin gaat een programmamanager, na en korte verkenning, zorgen voor het versterken, uitbreiden en door ontwikkelen van een Drenthe brede aanpak om meerjarig en structureel het verschil te maken voor de ruim 45.000 Drentse inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden. De voorbereidingen zijn getroffen en in 2026 wordt de programmamanager geworven.

Hoe gaan we verder?


Om de bestaanszekerheid voor onze inwoners te versterken, moeten we de komende jaren blijven inzetten op doorbraken. In 2025 zijn we verdergegaan met de lijn die in 2024 is ingezet: het intensiveren en versnellen van waardevolle bewegingen en programma’s die een blijvend positief verschil gaan maken. Via de vernieuwde Gelijke Kansen Agenda 2.0 zetten we in op een samenhangende aanpak op de driehoek thuis-school-buurt. Die agenda bestaat uit de breed en gedeelde ambitie van het onderwijsveld, Drentse gemeenten en de provincie om regionaal samen te werken aan gelijke kansen voor elk kind. Daarbij zien wij een logische koppeling met programma’s die wij ondersteunen zoals Jong Hoogeveen, de Talentenjagers-aanpak, Hulp op en om Scholen, de Plusklas, het Schakeltraject Oriëntatie en schakelen en het Drents Netwerk voor het Jonge Kind. Tegelijkertijd zien we op een aantal thema’s en onderdelen dat doorontwikkeling nodig blijft. In 2026 zetten wij daarbij in op de thema’s nieuwkomersonderwijs en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (doorstroomklas). De komst van de gelijke kansen-coördinator moet in 2026 de uitvoering van de Gelijke Kansen Agenda 2.0 doen starten en versnellen.

Voor het verminderen van armoede zien we een belangrijke ontwikkelbeweging in het verbinden van de VDG-portefeuille Participatie, schuldhulp en integratie met bestaande programma’s en effectief bewezen interventies. Binnen deze portefeuille hebben de Drentse gemeenten de wens om op inhoud te verstevigen met het accent op kennisdeling, het versnellen van goede aanpakken elders (‘kortcyclisch leren’) en het slimmer benutten van elkaars kennis en kunde. In 2026 zetten wij de lijn voort met de verbinding tussen de regionale coördinator bestaanszekerheid met de Alliantie van Kracht (projectleiders effectieve interventies en ervaringsdeskundigheid) en het programma Kansen voor Kinderen dat vanuit de Sociale Agenda van Nij Begun is geïntroduceerd in Noord-Drenthe. Na een uitrol in gemeenten Assen en Midden-Drenthe verkennen wij hoe deze aanpak breder is uit te rollen in onze provincie.

De provincie is verder van plan om subsidie te verstrekken om in Drenthe te starten met het project Kamers met Aandacht. Dit project richt zich op kleinschalige, gemengde woonvormen voor jongeren van 18 tot 23 jaar die in een kwetsbare positie zitten, bijvoorbeeld door een jeugdzorgachtergrond of doordat ze dak- of thuisloos zijn. In een Kamer met Aandacht komen betaalbaar wonen, informele steun en ambulante begeleiding samen. Zo krijgen jongeren de mogelijkheid om hun zelfredzaamheid en netwerk op een natuurlijke manier te versterken. Dit helpt hen de stap naar volledige zelfstandigheid te zetten en geeft een stevigere start in hun volwassen leven. Acht Drentse gemeenten zijn inmiddels bereid om mee te doen met het project. De subsidieverlening en start van Kamers met Aandacht worden begin 2026 verwacht.

Vanuit de Sociale Agenda zien wij de uitdaging om te blijven werken aan voldoende en structurele bestaanszekerheid. Dat begint met de randvoorwaarde van voldoende inkomen om van te leven: daarin blijven we afhankelijk van het Rijk en de landelijke inkomenspolitiek. In samenwerking met de VDG-portefeuille Participatie, schulden en integratie verkennen we hoe een lobby op dit punt op vorm en inhoud is te geven. Inhoudelijk zien we de toename van problematische schulden als een zorgwekkende ontwikkeling dat (op termijn) bijdraagt aan meer bestaansonzekerheid. In 2026 verkennen wij samen met de Gemeentelijke Kredietbank, Drentse gemeenten en andere partners een programmatische aanpak om deze ontwikkeling op te vangen. Zodat inwoners met problematische schulden eerder en beter geholpen zijn, het liefst voordat schulden ontstaan of (verder) opstapelen.