Ga naar hoofdinhoud
1. Bewonersinitiatieven regeling – Familiepad ’t Opgaonde

Familiepad ’t Opgaonde:
toegankelijk voor iedereen

Interview

Bij Paviljoen Schoonhoven in Hollandscheveld werd in oktober het Familiepad ’t Opgaonde geopend. Dit ruim 2 kilometerlange wandel – en beleefpad is toegankelijk voor iedereen, inclusief mensen met een rolstoel, rollator, scootmobiel of kinderwagen. Het is ontwikkeld door Stichting Het Landschap van de Toekomst in samenwerking met lokale inwoners, Het Drentse Landschap, Recreatieschap Drenthe, BOKD en de gemeente Hoogeveen. Een mooi staaltje Naoberschap!

Het initiatief voor een pad is ontstaan bij Plaatselijk Belang Hollandscheveld, vanuit de wens om natuur voor iedereen toegankelijk te maken. Dit werd ruim twee jaar geleden overgenomen door de werkgroep Bewegen & Beleven, onderdeel van Stichting Landschap van de Toekomst. Arthur van Toombergen en Bé Uiterwijk Winkel, beiden lid van deze werkgroep, besloten het plan verder op te pakken. “We gingen filosoferen waaraan het pad moest voldoen. We kwamen uit op een bestaand pad bij Paviljoen Schoonhoven van ruim 2 kilometer lang, die goed bereikbaar was en waar twee parkeerplaatsen beschikbaar waren. Het Paviljoen Schoonhoven zou een goed start-, en eindpunt zijn.”

Picknicktafels en beleefelementen

Na veelvuldig gebruik in coronatijd was het pad echter in minder goede staat. Bé: “Een wandelaar kwam daar wel overheen, maar met een rolstoel, rollator of kinderwagen ging dat wat lastiger, zeker na slechte weersomstandigheden. Daarom hebben we besloten om het pad opnieuw aan te leggen en half te verharden.” Het nieuwe pad is bereikbaar vanuit drie startplaatsen en langs het pad zijn zeven nieuwe picknicktafels geplaatst, waar je kunt uitrusten en genieten van het gebied. Ook zijn de twee steigers aan de visvijver voor iedereen bereikbaar gemaakt door de half verharding. Maar het project is nog niet klaar: bij alle picknicktafels komen ‘beleefelementen’ voor jong en oud, zoals een insectenhotel en een bloemenweide. Ook is de stichting bezig met het ontwikkelen van een app, waarmee het cultuurhistorische verhaal van de omgeving wordt verteld.

Verbinding

Arthur en Bé benadrukken dat het niet alleen een ‘Hollandscheveld-verhaal’ is. Arthur: “Het is een mooi verbindend initiatief. Het pad heeft een centrale ligging, dus ook de omliggende dorpen Hollandscheveld, Alteveer/Kerkenveld, Elim, Nieuwlande, Nieuweroord en Noordscheschut kunnen ervan gebruikmaken. Het natuurgebied ‘Het Hollandscheveld’ ligt precies tussen deze dorpen in en Paviljoen Schoonhoven ligt in het centrum. Vanuit de verschillende dorpen lopen er verschillende wandelroutes naartoe en is het inmiddels voorzien van een Toeristisch Overstappunt. Het komt allemaal samen.” Om het pad te realiseren, moesten Arthur en Bé samenwerken met de eerder genoemde organisaties en instellingen, lokale ondernemers en vrijwilligers. “Iedereen was meer dan bereid een stapje extra te doen. We ervoeren saamhorigheid op alle fronten. De samenwerking met de provincie en de aanvliegroute naar subsidie verliep ook gemakkelijk.”

Natuurbeleving

Voor Drentse inwoners betekent het familiepad meer mogelijkheden om samen buiten te bewegen, de natuur te beleven en trots te zijn op hun omgeving. Sinds de opening is het gebruik van bezoekers, met ook kinderwagens en wandelwagens op het pad duidelijk toegenomen. Bé: “Helaas ook door mountainbikers, fatbikers en ruiters met paarden. Dat helpt niet wat betreft de instandhouding van de kwaliteit. Maar het belangrijkste is dat het veel wordt gebruikt. Mensen weten ons dus te vinden.”


2. Hét Compliment van Drenthe – Sweelpop

Sweelpop wint
Hét compliment van Drenthe 2025

Interview

Sweelpop is de winnaar van Hét compliment van Drenthe 2025. De organisatie wint hiermee een geldbedrag van 3000 euro. Het muziekfestival in het dorpje Zweeloo is volgens de jury een perfect voorbeeld van hoe jongeren de kar kunnen trekken. Voorzitter Stein Jansen ziet de prijs als waardering voor het werk dat vrijwilligers met veel plezier verrichten. “Het muziekevenement bestaat in verschillende vormen zo’n 43 jaar. We doen het al zo lang. Dan is het mooi dat dit gezien wordt.”

Tijdens Hét compliment van Drenthe worden vrijwilligers in het zonnetje gezet en krijgen ze met het prijzengeld een kans om wat extra’s te doen. Een vereniging, club, initiatief of organisatie in Drenthe kan een geldbedrag winnen van 3.000 euro. In 2025 lag de focus op initiatieven waar jongeren (12-30 jaar) een centrale rol speelden. Organisaties waar jongeren zich vrijwillig inzetten in de buurt, de zorg of sport, jonge mantelzorgers of vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor de ontwikkeling, gezondheid en het welzijn van jongeren maakten kans. Het muziekfestival Sweelpop ging er uiteindelijk met de prijs vandoor.

Generatielang

Met een bestuur van tien jongeren tussen de 16 en 30 jaar en zo’n tachtig vrijwilligers wordt het festival in augustus van de grond af aan opgebouwd. Stein: “Het evenement wordt vooral door jongeren georganiseerd. Dat is altijd al zo geweest. Het groeit met generaties mee en dat maakt het bijzonder.” Het festival betekent veel voor de saamhorigheid van het dorp. “Iedereen in en om het dorp kent het evenement. Mensen die zijn verhuisd, komen hiervoor terug om elkaar weer te zien en veel inwoners van Zweeloo helpen mee. Voor jongeren is het heel leuk. Ze staan met elkaar achter de bar, verkopen munten of staan bij de entree. Ze leren elkaar en nieuwe mensen kennen. Sweelpop is al generatielang belangrijk voor het dorp.”

Tweedaags festival

Wat ooit begon als werkgroep voor een jongerendag, is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie van een eendaags festival waar grote artiesten optreden. Stein: “Van Anouk tot de Snollebollekes en van Waylon tot Antoon: als artiesten upcoming zijn, proberen wij ze te boeken. Ook voor dit jaar hebben we weer een mooie line-up.” De komende editie bestaat voor het eerst uit twee dagen. “Dankzij het prijzengeld van Hét compliment van Drenthe maken wij er in 2026 een tweedaags festival van: een preparty op donderdag en het muziekevenement op vrijdag. We zijn heel blij dat dit kan. Er gaat veel geld om in het op poten zetten van een festival en voor kleine organisaties is dit een behoorlijk bedrag. Hét compliment van Drenthe is een mooi initiatief, waar veel mensen echt wat aan kunnen hebben. ”


3. Kansen voor kinderen

‘Gezinnen in armoede moeten weer mee kunnen doen’

Interview

Kansen voor kinderen is een programma dat zich richt op het doorbreken van (generatie)armoede in Groningen en Drenthe. Hierbij gaat een ervaringsdeskundige buddy met tijd en aandacht naast de gezinnen staan om samen te kijken wat zij nodig hebben om hun bestaanszekerheid en toekomstperspectief te verbeteren. Als reguliere oplossingen niet werken, dan wordt er een doorbraakteam ingezet. Programmamanager Hermien Maarsingh is positief over de aanpak. “Een buddy komt ook om rust te brengen. Dat is heel belangrijk, met name voor de kinderen in het gezin.”

In Nederland kan de wet-, en regelgeving ingewikkeld zijn en soms moeilijk te begrijpen voor een gezin dat rond de armoedegrens leeft. Hermien: “Uit onderzoek blijkt dat gezinnen die langdurig in armoede leven worden bestookt door allerlei instanties en instellingen. Soms staan er wel zeventien verschillende partijen aan de deur te rammelen. Dat helpt een gezin met problemen niet verder en vergroot het wantrouwen in instanties. Mensen willen vaak geen contact meer en staan niet meer open voor hulp: het levert veel stress op.”

In het programma Kansen voor kinderen gaat een ervaringsdeskundige buddy het gezin helpen. “Iemand die in hetzelfde schuitje heeft gezeten, kan de stress weghalen door rustig met het gezin te gaan zitten om te bekijken wat er speelt en wat er echt moet gebeuren. Voor het gezin is het fijn als er iemand is die de regie pakt, naar instellingen belt, maar ook in gesprek gaat met de kinderen. De buddy’s vormen een buffer tussen het gezin, instanties en gemeentelijke afdelingen. Dit lijkt veel beter te werken”, legt Hermien uit.

Out of the box

Tijdens de looptijd van het programma wordt regelmatig geëvalueerd of de goede dingen worden gedaan. Het ervaringsperspectief van de gezinnen is daarbij een belangrijke graadmeter. Hermien: “Lokaal en (boven)regionaal vormen we een lerend netwerk. Hier delen we geleerde lessen en werken we aan het versterken van de aanpak. Ook wordt de vertaalslag gemaakt van casuïstiek naar concrete verbeteringen in het systeem. Om te ontdekken waarom het op beleidsniveau niet werkt, heb je deze inzichten nodig. Met de uitrol van Kansen voor Kinderen wil ik dat er een systeemverandering op gang komt die de hulp en begeleiding beter maakt voor huishoudens in armoede.” Het doel is uiteindelijk om alle inwoners van Groningen en Drenthe beter te kunnen ondersteunen. “Het allerbelangrijkste is dat de gezinnen weer mee kunnen doen in de samenleving en dat het systeem niet meer in de weg zit van oplossingen die dichtbij behoeften van mensen liggen.”

Alle gemeenten in de provincie Groningen werken aan Kansen voor kinderen en in de provincie Drenthe zijn zes gemeenten begonnen met het implementeren van de werkwijze.

4. Sociale Voedseltuinen – De Pluimerije

Stichting Voedseltuin
De Pluimerije verbindt

Interview

Aan de Busselterweg in Darp vind je Stichting Voedseltuin De Pluimerije van Jan-Jaap en Marjolein Bakker. Op drie hectare grond verbouwen vrijwilligers verse groenten, fruit en kruiden die gratis worden verstrekt aan minima en mensen die te maken hebben met psychische problematiek. Deelnemers worden actief betrokken bij het werk in de tuinen. Dit bevordert hun fysieke en mentale gezondheid, maar ook de sociale cohesie en de participatie in de maatschappij. “Het doel is niet zozeer groente telen, maar de verbinding met elkaar”, aldus Marjolein.

Na inmiddels het vijfde teeltseizoen is er een vaste groep van vrijwilligers ontstaan, die een aantal ochtenden in de week bezig is in de tuinen. Elke vrijwilliger heeft zijn of haar eigen motivatie. Marjolein: “Sommigen komen om te aarden, sommigen om even een praatje te maken. Er komen mensen met een burn-out, mensen die eenzaam zijn of rondom de armoedegrens leven.” Een aantal teeltvakken op de tuinderij is ingericht als zelfoogsttuin voor minima. Daarnaast gaan er groenten en fruit naar lokale initiatieven zoals de Voedselbank. Hierdoor wordt gezond en duurzaam voedsel ook bereikbaar voor mensen met een kleine beurs. De Pluimerije is een hybride tuin, waarbij naast het sociale aspect ook een commerciële taak zit. Zo wordt er gewerkt met betaalde abonnementen en wordt er aan de lokale horeca geleverd. Daarnaast organiseren Jan-Jaap en Marjolein Groene Huiskamer-momenten, waarin wordt gewandeld of een appeltaart wordt gebakken.

Veilige plek

Emma is een sociale oogster op de Pluimerije. Ze vond het spannend om bij de voedseltuin aan te kloppen, maar heeft met veel vrijwilligers contact gekregen en eerlijk verteld dat ze het financieel niet breed heeft. Alleen al om dat te kunnen zeggen, gaf haar verlichting. Emma: “Als je weinig geld hebt, kun je nergens meer aan meedoen. Ik raakte in een isolement. De voedseltuin is een plek waar ik wel naartoe kan gaan. Ook als ik last heb van extreme angsten, is het een fijne, veilige plek. Dan kom ik hier en dan zakt het gevoel, omdat je bijvoorbeeld een gesprekje hebt over het weer. Ik ben dankbaar dat ik hier mag komen. Ik voel me gezien en voel me weer mens. Uiteindelijk is dit ook goedkoper voor de maatschappij, want het scheelt hulpverleningskosten. Anders had ik waarschijnlijk zorg nodig gehad. Hier kan ik mijn eigenwaarde behouden en dat is belangrijk.”

Plannen voor 2026

Jan-Jaap en Marjolein werken veel samen met organisaties in de omgeving zoals de kerk en andere welzijnsorganisaties die vaak doorverwijzen naar de voedseltuin. “We gaan ervanuit dat als iemand zich aanmeldt, het echt nodig is. Alles gaat op basis van vertrouwen zodat mensen weer in hun eigen kracht komen te staan. Maar het is best lastig om minima te bereiken.” Subsidie van diverse instanties, zoals de provincie is hierbij volgens de eigenaar belangrijk. “Het zorgt voor continuïteit. We willen meer gaan samenwerken met sociale kaart van gemeente Westerveld, zoals de sociale tandarts en de bieb. We willen steeds breder verbinding maken, want samen staan we sterker. Daarnaast hebben we veel plannen voor 2026: we willen een verwarmde kas zodat we hele jaar door kunnen telen en we willen een educatietuin aanleggen. We ontvangen vaak basisschoolkinderen en dat willen we meer structureren door kant-en-klare programma’s voor scholen aan te bieden.”

In Drenthe zijn nu twee voedseltuinen te vinden. In 2027 moeten er nog drie bijkomen. Jan-Jaap speelt hier in rol in door zijn kennis te delen. “Met dit stukje land kun je maar in zoveel monden voorzien. We hopen door samen te werken op een druppeleffect.”


5. Hulp op en om Scholen

Volgt nog

Interview


6. Zorgzame gemeenschappen + wet DOS – Roeli Mossel

De wet DOS geeft regelruimte bij vernieuwing

Interview

Zo lang mogelijk op een fijne manier zelfstandig kunnen blijven wonen, eventueel met gebruik van zorg. Het versterken van naoberschap en verbinden van informele en formele ondersteuning en zorg loopt hier als rode draad doorheen. De Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) helpt hierbij en geeft regelruimte om de hulpverlening meer passend in te zetten. Op dit wetsvoorstel zijn inmiddels amendementen ingediend en aangenomen, iets waar Roeli Mossel, externe ambassadeur zorgzaam samenleven en DOS, zich hard voor maakt.

In haar rol als bestuurder van een Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) -organisatie was Roeli in 2015 een van de initiatiefnemers in het vragen om meer regelruimte als je samen met inwoners op zoek bent om de informele en formele zorg in te richten. Er komen steeds meer ouderen en er is steeds meer tekort aan arbeidskrachten in de zorg. Om dat te kunnen oplossen, moet er een nieuwe manier van samenwerken komen, die formele en informele zorg tot stand brengt. Dit is uiteindelijk de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking geworden.

Tekstwijziging

In 2015 werd er een pilot gestart in Hollandscheveld en een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat het werkt: langer thuisblijven, onderlinge hulp van inwoners en andere inzet van hulp bespaart uiteindelijk kosten. In het afgelopen jaar werkte Roeli samen met de provincie en aantal gemeenten aan een tekstwijziging/amendement op de wet DOS. Roeli: “We willen dat de inwonersinitiatieven onderdeel worden van de wet. Als inwoners en professionele mensen in de zorg echt samenwerken, dan vindt in die verbinding verandering plaats. Dit vraagt ook om verandering op financieel gebied. Lossen mensen in een gemeenschap bijvoorbeeld vervoersvragen zelf op, dan vraagt zo’n beweging op z’n minst een tegemoetkoming in de kosten voor een busje.”

“Hetzelfde geldt voor verzekeraars: met meer huishoudelijke hulp of wijkverpleging kan worden voorkomen dat iemand minder snel wordt opgenomen in een zorginstelling. Je bespaart in de Wet langdurige zorg (Wlz), maar dat zien verzekeraars vaak niet. Zij zien een ondoelmatige aanbieder die meer vraagt dan een doelmatige aanbieder. Maar als je een meer lichtere vorm van hulp inzet, levert dit vaak verlichting op voor een zwaardere vormen van dienstverlening.”

Maximale voor het individu

De wet DOS is bedoeld om de effecten van verschillende financiele schotten binnen de hulpverlening milder te maken. Roeli: “Vaak geven mensen een reactie beredeneerd vanuit hun eigen domein waar ze verantwoordelijk voor zijn en zijn ze niet in staat om het grote geheel te zien. Ik zie ook dat er nog te weinig wordt vertrouwd op bewonersinitiatieven en de zelfredzaamheid hiervan. Men is bang voor de continuïteit als er iemand mee stopt, maar bij organisaties heb je ook vaak te maken met wisseling van de wacht. Veranderkracht van bewonersinitiatieven zijn krachtiger dan de veranderkracht van instanties. Als DOS er niet zou zijn, zou niet het maximale gehaald kunnen worden voor het individu, maar zou de gemiddelde norm worden aangehouden van de massa en het is maar de vraag of dat goed is. De zorg is dan financieel gedreven en niet het meest passend bij inwoners.”

In 2026 gaat de wijziging van de wet DOS in. Inmiddels doen VWS en VU Amsterdam onderzoek naar de effecten van de wet. Zo heeft VU Amsterdam een presentatie gegeven over monitoring ervan. “We hopen dat we de komende jaren genoeg data hebben om het ministerie van Financiën gerust te stellen. We willen dat het aansluit bij wat er leeft bij de inwoners zelf. Dan krijg je uiteindelijk resultaat.”


7. Kansrijke Start – VoorZorg

‘Zonder dit programma had ik mijn kind niet bij me kunnen houden’

Interview

Het Basisaanbod Kansrijke Start is een initiatief dat zich richt op het ondersteunen van kinderen en gezinnen in de eerste 1000 dagen van het leven. Een onderdeel hiervan is het programma VoorZorg. Hierin krijgen aanstaande moeders die zwanger zijn van hun eerste kind en in kwetsbare situaties zitten, verpleegkundige begeleiding en hulp bij zwangerschap en opvoeding. In de gemeente Assen wordt dit programma begeleid door Hillene Jakobs. “Wat vooral werkt is dat we vanuit de presentietheorie op zoek gaan naar het verhaal van de moeders en/of hun partners.”

Het ondersteuningsprogramma wordt aangeboden door de jeugdgezondheidszorg van GGD Drenthe en begint zo vroeg mogelijk in de zwangerschap. Het loopt door tot het moment dat het kindje twee jaar oud is. De hulp is aanvullend op de zorg die de verloskundige, de kraamzorginstelling en het consultatiebureau standaard bieden. De destijds 31-jarige Cynthia werd door maatschappelijk werk aan VoorZorg gekoppeld toen zij vier maanden zwanger was. “Toen ik hoorde dat ik zwanger was, ging er bij mij een knopje om. Ik heb een nare geschiedenis van fysieke en mentale mishandeling achter de rug en wilde dit niet doorgeven aan mijn kind. Ik wilde haar hierin beschermen, maar wist niet hoe. Ik heb zowel mijn ouders als opa en oma verloren, was net verhuisd en heb geen familie in de buurt.”

Vertrouwen in eigen moederschap

Deelnemers aan het programma moeten aan een aantal eisen voldoen. Zo is er een opstapeling van zorgen of problemen: financieel, psychisch, moeizame jeugd, beperkte zelfredzaamheid, een klein netwerk en opleidingsniveau 2. De ondersteuning begint met een aantal huisbezoeken. Daarnaast bestaat het programma uit video-hometraining en werkbladen met allerlei onderwerpen gericht op de drie fases: zwangerschap, geboorte en opvoeding. Hillene: “De intensiteit van de bezoeken wisselt per fase. Ik kom elke week langs om te kijken hoe het gaat, daarna om de week. Na de bevalling worden de huisbezoeken afgebouwd. Hoofdzakelijk gaat het erom dat moeders, en partners als die er zijn, in hun kracht worden gezet en dat ze vertrouwen hebben in hun eigen moederschap. Hier werk je aan vanaf de zwangerschap. Ik heb nu een aantal trajecten begeleid en ik zie dat dit werkt.”

In samenwerking blijven

Inmiddels is Cynthia’s dochter drie jaar. Gezien de omstandigheden is er voor Cynthia na afloop van het tweejarige programma extra ondersteuning geregeld: langdurige hulp bij de opvoeding is nodig. Hillene: “Omdat Cynthia zo beschadigd is in het verleden, heeft zij moeite om mensen te vertrouwen. Het blijft soms lastig om Cynthia niet tegen je in het harnas te krijgen en je wilt wel in samenwerking blijven. We zetten alles in werking zodat zij en haar kind een kans krijgen, want dat verdient elke moeder. Ik probeer bijvoorbeeld zoveel mogelijk te regelen in de wijk, zoals een meeleefgezin, zodat ze ruimte heeft om sociaal te integreren. Nu heeft ze alleen nog professionele contacten, maar ze moet straks weer meedoen in de maatschappij en op het schoolplein staan.”

Iedereen verdient een kans

Cynthia is op haar beurt dankbaar voor alle ondersteuning die ze krijgt en heeft gekregen. Cynthia: “Ik heb het erg getroffen met Hillene. We hadden gelijk een klik, al tijdens de begeleiding toen ik zwanger was. Ik ben blij dat dit programma bestaat. Als dit er niet was geweest, dan was het een hel geworden. Dan had ik mijn kind niet bij mij kunnen houden of een goede opvoeding kunnen geven. Ik vind het heel waardevol dat dit er is voor mensen die het niet gemakkelijk hebben. Want iedereen verdient een kans en iedereen is uniek.”


8. De Veilige Kleedkamer – SportDrenthe

De Veilige Kleedkamer wil zoveel mogelijk sportverenigingen bereiken

Interview

Een veilige plek in de kleedkamer en op het veld, waar iedere sporter zich welkom voelt, erbij hoort en met plezier kan sporten. Dat is waar het programma De Veilige Kleedkamer in Drenthe voor staat. Sinds de start in 2022 zet projectleider Renate Bijker zich met volle overtuiging hiervoor in. “In 2030 willen we dat iedereen, ongeacht achtergrond, kan sporten waar hij of zij zich prettig voelt. Sport moet voor iedereen een veilige en vertrouwde omgeving zijn.”

Het project is ontstaan vanuit de onveiligheid die door LHBTIQ+ sporters werd ervaren. Verenigingen worden gestimuleerd om actief aan de slag te gaan met bewustwording en zichtbaarheid, met als doel het creëren van een sociaal veilig sportklimaat. Uit een pilot in 2022 bleek echter dat verenigingen dit thema breder willen benaderen en aan de slag willen met veiligheid voor iedereen. Renate licht toe: “Het is een actueel en belangrijk thema. Verenigingen merken dat zij iets moeten doen aan het sociale sportklimaat; hier kunnen en mogen zij niet meer omheen. Iedereen moet zich welkom voelen, ongeacht gender, achtergrond of afkomst. Dat betekent niet dat er geen incidenten meer plaatsvinden, maar wel dat je weet welke stappen je kunt zetten en welke kanalen je kunt benutten om hulp te krijgen. Ons doel is om het sociale sportklimaat zo optimaal mogelijk neer te zetten.”

Sociaal plan

Tijdens het traject ontvangen sportverenigingen een helder stappenplan met praktische handvatten en begeleiding op maat. Renate ondersteunt de verenigingen bij het implementeren van dit plan, samen met de buurtsportcoach uit de betreffende gemeente. “Alleen een aanpassing in het beleid is niet voldoende,” benadrukt ze. “Het moet door alle lagen van de vereniging heen gaan. Iedereen moet worden aangehaakt om het draagvlak zo groot mogelijk te maken. Wanneer het plan breed wordt gedragen binnen de club, kun je elkaar aanspreken en samenbouwen aan een sociaal veilig sportklimaat. Daarbij is het belangrijk dat het onderwerp blijft leven en actief wordt onderhouden.”

De vier v’s

Binnen het programma worden sportverenigingen geadviseerd om aan de voorkant de zogenoemde ‘vier v’s’ op orde te hebben. Dit betekent: een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor vrijwilligers die werken met jeugd en kwetsbare doelgroepen, de aanwezigheid van een vertrouwenscontactpersoon, een verenigingsbrede gedragscode en pedagogische scholing voor trainers. Renate: “Deze vier v’s vormen voor ons de basis van sociale veiligheid. Daarna begint pas echt de implementatie. We werken samen met verschillende organisaties in een klankbordgroep. Op die manier versterken we elkaar en zorgen we voor een gezamenlijke aanpak rondom het thema sociale veiligheid. Het project wordt bovendien gedragen door alle twaalf Drentse gemeenten. Iedereen is met hetzelfde thema bezig en dat verbindt.”

Subsidie

Voor het programma De Veilige Kleedkamer ontving de provincie Drenthe een subsidie van 90.000 euro voor een periode van drie jaar. Volgens Renate is deze ondersteuning van cruciaal belang. “Zonder deze subsidie hadden we dit project niet kunnen voortzetten. We willen zoveel mogelijk verenigingen bereiken en ondersteunen. Er ligt nog een lange weg voor ons, maar de energie en betrokkenheid gaan duidelijk de goede kant op.”


9. Snellere Start, Sterkere Toekomst – gemeente Assen

Snellere Start, Sterkere Toekomst: investeren in een win-win situatie

Interview

In 2025 heeft de provincie Drenthe een subsidie van € 350.000 beschikbaar gesteld aan de gemeente Assen voor het vervolg op het pilotproject ‘Snellere Start, Sterkere Toekomst’. Hierin worden azc-bewoners (asielzoekers en statushouders) ondersteund bij deelname aan de arbeidsmarkt. Projectleider Milou Dubois is enthousiast over het vervolg. “Arbeidsparticipatie van asielzoekers heeft zowel op het leven van de asielzoekers als de maatschappij een aantoonbaar positieve invloed. Het zou mooi zijn als dit in de hele provincie wordt geïmplementeerd.”

Deelname aan de arbeidsmarkt betekent voor asielzoekers dat ze in hun eigen levensbehoefte kunnen voorzien, minder afhankelijk zijn van collectieve voorzieningen, kunnen meebetalen aan de kosten van opvang, een nuttige invulling van de dag hebben en zich zodoende kunnen ontplooien, competenties verder kunnen ontwikkelen en sneller kunnen integreren in de samenleving. Milou: “Asielzoekers die hier net zijn, hebben vaak veel motivatie en vermogen om werk om aan te pakken. Bij sommige statushouders is dit verder weggezakt doordat zij lange tijd niet actief geweest zijn op de arbeidsmarkt. Het heeft veel waarde om hier gebruik van te maken. Ze draaien mee in een Nederlands bedrijf, leren de taal en kunnen geld verdienen. Voor werkgevers kan het soms lastig om vacatures gevuld te krijgen, zoals bloembollen plukken, schoonmaak en horeca. Die kunnen wij matchen met de juiste azc-bewoner. Het heeft dus ook economisch impact, want bedrijven kunnen blijven draaien.”

Beperkte toegang

Door belemmeringen in wet- en regelgeving hadden asielzoekers beperkte toegang tot de arbeidsmarkt. Ze mochten 24 weken werken van de 52. Door een uitspraak van de Raad van State mogen ze vanaf november 2023 onbeperkt werken wanneer ze 6 maanden in de procedure van de asielaanvraag zit. In 2023 is er bij het college in Assen een motie ingediend om een pilot project voor asielzoekers uit te werken en in juni 2024 is de pilot gestart. Deze liep tot en met mei 2025. Mede dankzij de subsidie van de provincie Drenthe en de Europese Unie komt er een vervolg aan het project.

Hindernissen

De Gemeente Assen werkt in dit project samen met het COA en Werkplein Drentsche Aa. Het COA maakt een selectie van bewoners die zij geschikt achten en bewoners geven zelf aan of zij willen werken. Milou: “In het eerste jaar zijn we alle mogelijke hindernissen tegengekomen en hebben we allerlei dingen uitgeprobeerd. Zo hadden we een fietsenmaker die de bon niet kon lezen maar wel goed kon repareren. Dan kijken we of hij de taal kan leren en of ze dit op de werkvloer kunnen aanbieden. Er zijn ook cultuurverschillen die we moeten overbruggen. Maar inmiddels verloopt het basisproces mooi en zijn de samenwerkingen goed.” Vanaf juni 2025 zijn er 36 azc-bewoners aan het werk. In het eerste pilotjaar van 2024 waren dat er 31.

Daadkracht

De pilot heeft laten zien dat deze aanpak werkt. Daarom is er een vervolgtraject uitgewerkt dat loopt tot 1 januari 2027 met als doel om 75 azc-bewoners naar werk te begeleiden. Daarnaast organiseert Milou twee keer per jaar een bijeenkomst om dit project ook in andere gemeentes, die opvanglocaties hebben, te starten. Milou: “Ik geloof erin dat het mooi is om enthousiasme die de mensen in het begin hebben, om te zetten in daadkracht. Omdat het maatwerk is, is het heel arbeidsintensief. Daarom is subsidie zo belangrijk. Het is geweldig dat de provincie bijdraagt aan regionale projecten. Door dit project worden ook werkgevers buiten Assen geholpen aan geschikt personeel.”